De aanleg van spoorlijnen rond Dordrecht
In de tijd van de spoorwegaanleg werd Dordrecht vanwege de vele waterwegen rondom de stad aanvankelijk gemeden. In 1855 kwam de spoorlijn Antwerpen – Moerdijk in dienst. Reizigers en goederen namen van hieraf de pont naar Dordt. Toen in 1872 de Moerdijkbrug gereed kwam, was Dordrecht voor het eerst per trein te bereiken. Een jaar later werd de brug over de Oude Maas geopend, waardoor Dordrecht ook naar het noorden ontsloten werd. De Staats Spoorwegen (SS) was vanaf dat moment de trotse bezitter van zijn eerste internationale verbinding (naar België). In 1885 werden tenslotte de Wantijbrug en de Baanhoekbrug opgeleverd. Voor de SS opende dit de lang begeerde mogelijkheid om Hoek van Holland met het oosten van het land (Nijmegen) en Duitsland te verbinden. Er lagen op dat moment wel al spoorlijnen naar de oosterbuur, maar die waren in het bezit van concurrerende maatschappijen. We bevonden ons nog in de eeuw van de moordende concurrentie. Het in 1869 geopende Hout Verwerkings Bedrijf (met een creosoteerinrichting voor dwarsliggers) aan het Papengat (aan de huidige Weeskinderendijk) waar toen de Spoorweghaven lag, kreeg in 1870 een spooraansluiting. Rond 1915 werd het industriegebied De Staart (in spoorwegtermen Dordrecht Industrie), ten noordoosten van het centrum van Dordrecht op het spoorwegnet aangesloten met wat in de regio bekend werd als het ‘lijntje van Lips’, genoemd naar de aldaar gevestigde schoenfabrikant; dagelijks tufte een goederentrein dwars door de stad. Tot 1966, het jaar waarin de oostelijke aansluitingsboog direct na de Wanrijbrug aftakkend van de lijn naar Sliedrecht om een spaarbekken heen aangelegd werd. Ten noordwesten van het station lag enige tijd een aansluiting naar de koekfabriek van Victoria.
|
Nadat Dordrecht een nieuwe zeehaven gegraven had, kwam aan de zuidkant van het station in 1916 een stamlijn naar de Van Leeuwenhoekstraat waar de Hout Bereidings Instelling (HBI) inmiddels naartoe verhuisd was. De stamlijn werd in 1928 verlengd tot de Kilkade waar in die jaren een stikstofbindingsbedrijf gevestigd was en in 1963 tot het brandstof-opslagterrein Broere aan de Wieldrechtseweg, in 1974 volgde een nieuwe aftakking naar de Kreekweg en in 1991 de verlenging naar de Krabbepolder.
Elektrische locs bereikten Dordrecht vanaf 1934, toen Rotterdam – Dordrecht geëlektrificeerd werd. Bij de lijn naar het zuiden gebeurde dit in 1950 en bij die naar het oosten, naar Geldermalsen, in 1992. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vielen de twee bruggen in de noord-zuidverbinding ongeschonden in Duitse handen. De Baanhoekbrug echter lag er in 1940 en in 1944 enkele maanden uit. In 1944 werden de Moerdijkbrug en Oude-Maasbrug door de bezetter opgeblazen. De Baanhoekbrug ging in 1945 (voor de derde keer) de lucht in. Dordrecht was toen evenals in het pre-spoorwegtijdperk weer volledig geïsoleerd. Het duurde tot 1947 voor de laatste van de drie bruggen hersteld was. Een meer uitgebreide geschiedenisschets van de sporen in Dordrecht staat in Railkroniek 37 (met een aanvulling in nr.40) een geschiedenis van de (oude) Betuwelijn in Railmagazine 96) In 1992 startte de verdubbeling van Rotterdam – Dordrecht naar vier sporen, de Oude Maas kreeg in 1993 een nieuwe viersporige hefbrug, de Wantijbrug werd in 1997 vervangen. De (alle?) goederensporen van de Zeehaven zijn in 2018 door Voestalpine Railpro vernieuwd.
|
Dienstregeling goederenvervoer
In de loop der jaren ontstond een patroon waarbij de Zeehavenraccordementen eenmaal per werkdag bediend werden en Dordrecht Industrie zeven dagen in de week in de ochtend een aanvoer- en in de avond afvoertrein kende. Rond 2001 werden beide treinen enige tijd gecombineerd. Het aantal Zeehavenbedieningen nam de jaren erna af tot 3 per week, tot 2 per week. In 2018 werd de frequentie verlaagd tot een trein per week. Anno 2024 rijden er nog zes treinen per week naar De Staart en rijdt er zegge en schrijve nog een goederentrein per week naar Dordrecht Zeehaven, op dinsdag. Eind 2024 is enkele keren een tweede bedieningstrein op donderdag gesignaleerd, dit als gevolg van extra staalvervoer naar Van der Wees.
2008 Concreet zag het er begin 2008 als volgt uit. Om 13.25 uur (1997 8.58, 2001 14.43, 2007 14.35) arriveerde elke werkdag een trein in Dordt met bestemming Zeehaven. Het reglementaire vertrek viel om 13.29 (1997) 11.43 (1998), 18.38 (2000), 17.59 (2007), maar in de praktijk vertrok de trein eerder. In de regel liep de loc van de Zeehaventrein in station Dordrecht om en bereed getrokken de stamlijn. Wagens voor Van der Wees bleven op
|
straat achter en werden direct gelost, dan ging het naar Gebotex en tenslotte naar Standic. De loc moest daarbij regelmatig omlopen; hiervoor zijn er twee omloopsporen: op de hoek van de Mijlweg en in de Kilkade. Op de terugweg werden de geloste wagens van Van der Wees (geduwd) weer meegenomen. In de zomer van 2008 werd de frequentie teruggebracht naar drie per week. 2024 De enige trein uit Kijfhoek arriveert elke dinsdag ongeveer 13.30 in Dordrecht en afhankelijk het rangeerplan loopt de loc loopt al dan niet om. Getrokken (of geduwd) gaat het naar Standic en zo nodig blijven er wagens op het straatspoor achter voor Van der Wees. Na een uurtje is het wel gepiept. Incidenteel rijden er werktreinen naar de spooraannemers BamRail en VolkerRail. Op industrieterrein De Staart, waar Chemours (v/h DuPont) en Dupont (methanol) de enige klanten zijn, komt elke werkdag een bescheiden ketelwagentrein aan om 18.50 (zaterdag 16.25); een uurtje later vertrekt deze weer.
|
Zeehaven
Losplaats Tussen de losplaats aan het begin van de stamlijn en het Zeehavenbedrijf hebben in de loop der jaren verschillende aansluitingen gelegen. Op een sporenplan van 1965 worden genoemd Twist, Bisschop, Broere, Baudoin en een kadespoor. Geen van alle bestaat meer. Uit 1997 weten we dat er soms een wagen met staal of dienstwagens met steenslag gelost werden. Later ging het ook om dwarsliggers.Tegenover de losplaats hebben in het verleden de loodsen van Van Gend & Loos gestaan. vG&L is in 1985 gestopt met het stukgoederenvervoer; de locatie Dordrecht moet al eerder gesloten zijn. Van der Wees De Koninklijke Van der Wees groep aan de ‘s-Gravendeelsedijk houdt volgens de eigen website, zich bezig met ‘bijzonder transport van zware en omvangrijke lading over weg en water’ en heeft ‘een spooraansluiting voor de deur’. Dat laatste is wat fors aangezet, er is namelijk helemaal geen spooraansluiting, maar wel een spoor voor de deur waar treinen kunnen laden/lossen. In het verleden verzorgde Van der Wees de coating van buizen (vergelijk de vroegere zusteronderneming Conline in Maassluis). Spoorvervoer vindt hier bij vlagen plaats. De wagens worden midden op de ’s-Gravendeelsedijk (straatspoor!) gelost. De buizen e.d. worden met een grote kraan over de hekken getild, of met behulp van een grote vorkheftruck gelost, en op het terrein opgeslagen. Auto’s op de weg moeten tijdens het lossen over het bedrijfsterrein omrijden. De herfst van 1999 bracht een korte opleving van het spoorvervoer met zich mee; enkele treinen met buizen werden in partjes op de ’s-Gravendeelsedijk geparkeerd en door Van der Wees gelost. Het voorjaar 2001 leverde ook weer een wagen buizen op, in de zomer ging het om een tiental per week. Later werd het er zelfs druk: aan het eind van het jaar ging het al om een (bijna) dagelijkse bediening met buizen, bovendien werd er een lading rails naar Crailoo afgevoerd. Begin 2002 was het buizentransport voorbij om in de herfst weer op te bloeien. Het jaar 2004 bracht vanuit Dresden een grote partij tunneldelen voor de Sophiatunnel in de Betuweroute. Enkele keren per jaar is er wel wat: juli 2005 een partij stalen damwanden, september 2005 betonvlechtmatten, november 2005 buizen, zomer 2006 buizen, 2006/07 bij vlagen vlechtmatten, 2014 staalplaten, zomer 2016 damwanden, 2021 en 2002 staalprofielen uit Luxemburg, en sinds 2021 vrij regelmatig staalprofielen uit Luxemburg. In juli 2024 werden er weer enkele wagens gelost. In de herfst van 2024 werd vele weken elke dinsdag een set wagens met elk zes grote buizen gelost. In 2024 loopt de aanvoer van staalprofielen nog steeds, en sinds het voorjaar van 2024 is er ook onregelmatige aanvoer van buizen uit Celle, die gebruikt worden voor de aanleg van de Porthos CO2 leiding in de Rotterdamse haven.
Zeehavenbedrijf Dordrecht Drie sporen en twee kadesporen lagen er op het terrein tot in de jaren ’90, maar ze werden na 2000 slechts zelden meer bereden. Midden jaren ’90 werden er wat kolentreinen beladen, maar daarna beef het stil. Des te opvallender was een kortstondig vervoer van schroot uit Denemarken in mei 2002. Het zou de laatste opwelling blijken. Begin 2003 werden de vijf sporen geruimd. Hout Verwerkings Bedijf / Hout Bereidings Instelling / Improrail Dordrecht heeft een lange geschiedenis in de houthandel. Al in 1869 opende een bedrijf aan het Papengat (bij de huidige Weeskinderendijk) een creosoteerinrichting voor dwarsliggers. In 1870 kreeg de fabriek een spooraansluiting. Het bedrijf werd in 1894 door de Staats Spoorwegen overgenomen om zelf in de behoefte aan dwarsligger te kunnen voorzien. Toen Dordrecht tussen 1913 en 1916 een (nieuwe) zeehaven had gegraven verplaatste de SS de Hout Bereidings Inrichting (HBI) naar een terrein aan de Van Leeuwenhoekweg. Voor intern vervoer werd er een smalspoornet aangelegd. HBI was sinds 1916 via het raccordement van het Zeehavenbedrijf aangesloten op het spoor. Decennia lang werden hier de dwarsliggers die in het hele land gelegd werden, geïmpregneerd. Bij de liberaalseringsslag van de spoorwegen werd het bedrijf afgesplitst van de NS en viel het voortaan onder RailPro. In 1993 kwam er een rechtstreekse aansluiting met de stamlijn, die de aanvoer een stuk vereenvoudigde. Vanaf het begin was er een levendig vervoer van houten dwarsliggers, regelmatig tien wagens per dag. In 1997 nog werden hier zo nu en dan onbewerkte houten dwarsliggers uit Frankrijk per trein aangevoerd. Er was een groot aanbod van kant-en-klare dwarsliggers voor heel Nederland. In ‘98 werd het bedrijf nog regelmatig bediend. Maar in de nieuwe eeuw raakten de houten biels uit de gratie. Het vervoer haalde nog net het begin van 2001. Het bedrijf dat inmiddels Improrail heette, werd integraal opgedoekt. De sporen bleven liggen en werden overgenomen door het Zeehavenbedrijf. Enige tijd werden hier nog wagens schroot gelost. In de herfst van 2004 werden er - opnieuw in opdracht van het Zeehavenbedrijf - broodjes piekijzer uit Brazilië op transport naar Duitsland gezet. 2005 bracht een lading schroot van de Renault-fabrieken in Noord-Frankrijk, juli 2006 en mei 2007 opnieuw piekijzer. Begin 2012 weer schroot uit Genk. In 2011 werd er nog wat spoormaterieel gestald. In 2011 en 2013 werden enkele keren silowagens met aluminiumtrioxide naar Schwandorf verzonden, maar daarna was het over. In 2024 is er op Google Maps te zien dat dat er nog rails in het terrein liggen, maar ze zijn ontoegankelijk omdat het aansluitwissel geklemd ligt.
Fokker Aan de Mijlweg tussen de Van Leeuwenhoekweg en de Kilkade hebben ooit productiehallen van Fokker gestaan. In 1965 lag er een kort kopspoortje binnen de poorten. Tot het bedrijf, Neerlands trots, rond 1990 werd opgeheven, schijnen er soms wagens voor de poort geplaatst te zijn. Noury & Van de Lande Drie aansluitingen kende de Kilkade in 1965: een waarvan we de naam niet kunnen achterhalen, Efdebe en Noury & Van de Lande. Dit laatste bedrijf, een voedingsmiddelen en chemiebedrijf dat later in AKZO opging, had in die tijd een aansluiting nog voor het omloopspoor in de Kilkade, ongeveer waar nu de parkeerplaats van een meubelboulevard ligt. De aansluiting is verdwenen, maar het losspoor lag er nog lang voor het door vandalisme gestripte pand.
Gebotex Voddenboer Gebotex (tegenwoordig bedrijf voor ‘textile reuse & recycling’) aan de Kilkade (opvolger (?) van Efdebe, dat in 1965 een eigen aansluiting had aan het eind van het omloopspoor) is gestart in ongeveer 1975. Het bedrijf kende in 1997 een dagelijkse aanvoer van gesloten twee-assers met lompen uit Duitsland, een jaar later waren het er ongeveer negen per dag, in 2001 “enkele” per dag uit Duitsland en Luxemburg en soms Oostenrijk. Ook in 2003 werd het bedrijf dagelijks bediend. De jaren erna kwam er weinig meer uit Oostenrijk, maar de aanvoer bleef, echter niet meer dagelijks en zelden meer dan drie wagens. De wagens bleven meestal dagenlang staan voor ze gelost waren. Het vervoer hield in elk geval stand tot begin 2013. In 2019 verwerkte het bedrijf zo’n vijf vrachtwagens met 80 tot 90 ton gebruikte kleding. In 2024 is Gebotex er nog steeds, maar zonder railvervoer.
Van Welzenes/BAM NBM Rail/BAM Van Welzenes was een spooraannemer, gevestigd aan het eind van de Kilkade, die in 1989 werd overgenomen door NBM Rail (Nederlandse Basalt Maatschappij) Deze kocht in ‘95 een Köf-locje om zelf wagens te kunnen verplaatsen. In ‘98 werd incidenteel gebruik gemaakt van de aansluiting voor het vervoer van werkmaterieel en dat bleef zo de jaren erna. Railion/DB Cargo komt er zelden. De naam BAM betekent: ‘N.V. Bataafsche Aanneming Mij van Bouw- en Betonwerken v/h Firma J. van der Wal en Zoon’ ,. Dit is de naam die het timmerbedrijf van Van de Wal in 1927 aannam. Sinds 1985 is het de Koninklijke BAM-groep. In 2000 werd NBM overgenomen.
|
Transterminal Dordrecht (TTD) Een logistiek bedrijf voor bulk- en stukgoederen met nadruk op de verwerking van meststoffen, als we de site van het bedrijf mogen geloven. Het lijnstuk voor de poort van TTD aan de Kreekweg is in 1974 aangelegd. Maart 2000 werd TTD aan de verder vooral stille Kreekweg voor het eerst sinds jaren verblijd met een schuifwandwagen. Ook in 2001 verscheen er zo nu en dan zo’n schuifwandwagen ten tonele. De wagens werden langs de weg gelost. Tussen 2002 en 2004 zijn er nog wel eens schuifwandwagens gelost; in 2005 werden er enkele containers gesignaleerd. Daarna lijkt er geen spoorvervoer meer geweest te zijn. Desalniettemin gaat TTD op zijn website er prat op dat de terminal per spoor bereikbaar is.
Silo Dordrecht. Aan de overkant van de Kreekweg lag een zijtak naar een graanoverslagbedrijf. Er bestaat een foto uit 1992 van de aanvoer van vier graanwagens door loc 2346. Intensief vervoer was er tot 1995; in 1996 en ‘97 was kwam nog incidenteel een graanwagen. De 21ste eeuw heeft ondanks de opleving van het graanvervoer elders in het land nog geen lichtpuntjes opgeleverd. De sporen op de terrein zijn vóór 2024 verwijderd; het aansluitwissel is nog aanwezig maar ligt geklemd. Frisol / Petrolplus / Haan Oil Storage / Standic Waar het spoor, parallel aan de Wieldrechtseweg, westwaarts buigt, steekt een korte aansluiting terug. Frisol werd in 1963 aangesloten. Over eventueel vervoer is niets terug te vinden, het moet in elk geval voor 1980 hebben plaats gehad. Het bedrijf is later overgenomen door Haan Oil Storage, gevolgd door Standic. De korte aansluiting lijkt zo in gebruikt genomen te kunnen worden, al moet dan wel even de smalspoorkolenlorrie die er nu op staat weggehaald worden.
Ethylterminal S.A. Weer iets verder stak een spoor terug naar de zogenaamde Ethylterminal, het driesporige raccordement is in elk geval na 1965 aangelegd. Tot 1994 was er flink wat aanbod. In 1997 stuurde het bedrijf regelmatig tweeassige ketelwagens tetra-ethyl-lood, dat bestemd was om aan benzine toegevoegd te worden, de wereld in. Uit 1998 bestaat er een foto met vijf tweeassige ketelwagens met een hoedje. Het bedrijf is in die tijd in het bezit van een eigen O&K-rangeerlocje. Sinds de opening van het RSC in de Waalhaven daalde het vervoer echter zienderogen. In 2001 ging het nog om enkele keren per jaar een container op een platte wagen, bestemd voor Italië. Lood in benzine is uit. Het bedrijf is inmiddels al jaren verdwenen. De sporen werden soms nog door Vopak/Standic gebruikt als opstelplaats voor ketelwagens, zoals in 2008. Maar daarna zijn er geen wagens meer gezien. Het spoor ligt er gewoon nog in 2024.
Broere / Paktank / Vopak / Standic Dan volgt de aansluiting van Broere en diens opvolgers; de eerste sporen stammen uit 1963. Hier werden in ‘97 enkele malen per week ketelwagens beladen of gelost. Ook dit bedrijf heeft een eigen loc, een Bemo uit 1989, die ook in 2024 nog actief is. In ‘98 was het vervoer toegenomen tot flinke hoeveelheden, in 2000 zond Vopak zeer regelmatig bloktreinen van zo’n twintig wagens naar Frankrijk. In 2001 was sprake van kleinere partijen ketelwagens met fenol (van DSM Geleen) en cyclohexylamin (uit Tsjechië), naast de Franse bloktreinen die grondstoffen voor de voedingsmiddelenindustrie (elders wordt gesproken van alcohol!) schenen te vervoeren. Oktober 2002 bracht een nieuw vervoer: latex, drie keer per week 2 wagens naar Parijs. Sinds 2005 heet het bedrijf Standic. Op het terrein liggen drie sporen en vier laadpunten. In 2005 passeerden hier 450 ketelwagens de poort, een jaar later 610. Zoals bij zoveel overslagbedrijven zit de groei hier vooral in bio-producten plantaardige olie, biodiesel en bio-ethanol. Met de bio-brandstof verschenen voor het eerst Railion-concurrenten op de sporen. Het werd nog druk hier aan de Wieldrechtseweg: in februari 2007 werden zelfs twee concurrenten samen op de digitale plaat vastgelegd: Railion met vier wagens en ACTS met een bloktrein uit Polen. Zelfs HGK begaf zich sinds 2006 zo nu en dan naar dit verre oord met een ketelwagentrein koolzaadolie voor Ochsenfurt. In de jaren erna worden veel verschillende vervoerders gezien en diverse producten vervoerd; de lijst hierna is niet volledig. 2008 ethanol 2012 HSL met een keteltrein naar Polen 2011 Veel styreentreinen naar Duitsland, bloktreinen biodiesel 2015 RTB wekelijks ethanoltrein naar Tsjechië 2017-2018 Captrain met xyleentreinen uit Polen 2019 Aanvoer een trein per week biodiesel door RFO; afvoer ethanol RFO een per week 2019 Af en toe komt Lineas op bezoek 2019-2022 Ethanol door RFO 2022-2023 RTB met dieselolietreinen naar Oostenrijk 2023/2024 RFO met biodieseltreinen uit Tsjechië 2023/2024 RTB met biodieseltreinen naar Duitsland Ook worden door de jaren heen elke week wel ketelwagens voor het Unit Cargo-netwerk gehaald of gebracht door DB Cargo. Dat gaat de laatste jaren enkel nog om basisolie naar Fuchs in Mannheim, dat er smeerolie mee produceert. De rest van het UC-vervoer is gesneuveld.
Frans Maas / DSV Begin 1991 wordt enthousiast gemeld dat binnen een half jaar in de Krabbepolder een trimodale terminal zal verrijzen. Twee maanden later start aan de Donker Duyvisweg de aanleg van een verlengde stamlijn met omloopspoor naar de loodsen van Frans Maas voor de overslag van containers en chemicaliën. Helaas zal de nieuwe lijn niet in gebruik genomen worden. De sporen zijn enige tijd gebruikt om overtollig materieel van Paktank op te slaan. Later nam DSV, een wereldwijd transportbedrijf, (voor ‘air sea & road solutions’) Frans Maas over. Spoorvervoer is er niet geweest. Jarenlang liep door de poort een spoor naar een overkapt perron waar naar schatting vijf schuifwandwagens zouden kunnen staan. De grote spoorpoort is in 2016 vervangen door een doorgaand hek, het laadspoor met perron opgebroken en vervangen door autoparkeerplaatsen. Het (geklemde) aansluitwissel met een stukje rails tot aan het hek houdt de herinnering in ere. Volker Stevin / VolkerRail (VR) De spooraannemer Volker Stevin vestigt zich in de Krabbepolder in 2001. Het vervoer is marginaal, zo wordt in 2003 de nieuwe kraanwagen Obelix vervoerd. Voor de deur van het hoofdkantoor (aan de Mijlweg) stond geruime tijd de Sik 329 als statisch monument. Achter de spoorpoort liggen twee sporen die eindigen in een werkplaats. Op deze sporen wordt werkmaterieel gestald, en vaak staan er locomotieven die in de werkplaats hersteld/onderhouden worden. Het gaat om het stallen van werkmaterieel dat even niet elders in het land in dienst is en voertuigen die in de werkplaats een onderhoudsbeurt krijgen In de berm van de Donker Duyvisweg liggen ook twee sporen, die bijna altijd wel vol staan met werkmaterieel. In 2004 kocht Volker uit de boedel van Short Lines de voormalige locs SL1001 en 1002, die de nummers kregen 106-1 en 106-2, Knabbel en Babbel. Ze werden in de werkplaats op de Krabbepolder gerenoveerd. VR bezat voor eigen vervoer een MaK-rangeermachine. Er wordt en werd regelmatig materieel aangevoerd door locs van Volker zelf, vroeger ging het om locomotieven van ACTS, R4C en Short Lines en tegenwoordig locomotieven van RRF, LTE en andere. De destijds nieuw ontworpen ‘mobiele werkplaats’ werd hier in 2006 gepresenteerd; hij lijkt hier ook zijn opstelplaats te hebben. Railion komt in de regel de Krabbepolder niet in, VolkerRail rijdt zijn eigen treinen.
|
Dordrecht Industrie
Du Pont / Chemours Het fabriekscomplex van Du Pont aan de Baanhoekweg opende in 1962 zijn poorten; men produceert, of produceerde, o.a. kunststoffen onder de merknamen teflon en viton en polymeren (een soort PFAS), die bouwstenen zijn voor halfgeleiders, brandstofcellen, lithium-ionbatterijen en medische apparaten. Hoewel het bedrijf niet onbesproken is, vertelt de website vooral over duurzaamheid en verlaging van uitstoot van schadelijke stoffen.(www.chemours.com) Zoals gezegd werd het bedrijf aanvankelijk bevoorraad via een stadsspoor met een aansluiting vanaf de westzijde aan de Grevelingenweg. Na de aanleg van de oostelijke aansluitingsboog om een waterbekken heen in 1966 bleven de poorten aan de westzijde gehandhaafd. Sindsdien maakte elke trein voor Du Pont/Chemours hier een zaagbeweging. Pas in 1988 werden de poorten aan de oostzijde geopend, waarmee het spoorvervoer aanzienlijk vereenvoudigd werd. In 1996 ontving Du Pont formaldehyde in bloktreinen van Exxon Chemicals en Caldic in de Europoort. In de avond reed daartoe een korte trein van Europoort naar Botlek, van daar naar Kijfhoek en in de ochtend naar Dordt. In het weekend reden aparte bloktreinen. In 1997 arriveerde er elke ochtend om 7 uur een trein met 10 tot 20 ketelwagens met formaldehyde (uit Europoort) en fluorwaterstofzuur en chloroform (uit Delfzijl), rond 18:00 uur werden de lege wagens opgehaald en naar Kijfhoek afgevoerd. In 1998 was de logistiek ongewijzigd, maar was het bedrijf dat formaldehyde afvoerde niet meer Exxon maar Neste Resins. In 1999 veranderen de grondstoffenstromen. Het bedrijf nam de productie van formaldehyde zelf ter hand en daardoor werden de twintig voor dit vervoer speciaal van een isolatiemantel voorziene ketelwagens (formaldehyde wordt bij 70 graden vervoerd) overbodig. Voor de productie had Du Pont sedertdien methanol nodig. Deze stof werd toen wel weer door Caldic maar niet meer door buurman Neste Resins vanuit Europoort geleverd. (Dit werd de nekslag voor de laadplaats van Neste). De acht wagens formaldehyde per dag werden vervangen door zes wagens methanol in dezelfde trein Europoort – Dordrecht Industrie. In 2000 voerde Du Pont naast methanol dagelijks een tiental wagens met diverse chemische stoffen aan en af. In 2001 lezen we over het vervoer van chloroform van LBC (voorheen Dow) in de Botlek naar Du Pont. Railmagazine 188 (oktober 2001) geeft een volledig overzicht van de spoorse activiteiten van Du Pont. In 2001 werden er 3600 ketelwagens aan- en afgevoerd. Aanvoer is er (voor de chemici onder ons) van methanol (Caldic Europoort), fluorsulfonzuur, tetrahydrofuran (Vopak
|
Botlek), fluorwaterstof (uit Duitsland) en chloroform (van LBC Botlek, Akzo Delfzijl, Dow in Duitsland of Atofina in Frankrijk). Afgevoerd worden vele producten, maar deze gingen vooral in tankcontainers met trucks naar het RSC in de Waalhaven. Per spoor werd afgevoerd: fluorwaterstofzuur naar Ruisbroek bij Antwerpen en chloorwaterstofzuur in oranje tankcontainers aangevoerd uit Spanje. Voor het rangeerwerk zorgde jarenlang een Unimog; toen deze in 2003 defect raakte, werd hij vervangen door een andere rail/wegmachine, type Translok. Tegenwoordig zijn de treinen maximaal 10 wagens lang. RM 418 (oktober 2024) schrijft dat ze o.a. bestaan uit ketelwagens methanol van Liquin Terminal Botlek (voorheen Vopak) en chloroform en oranje tankcontainers uit Moerdijk. Ten westen van Du Pont liepen de sporen in 2008 nog een eindje door. Ze worden sinds mensenheugenis niet meer door goederentreinen bereden. Wel hebben er tot in de jaren ’90 nog in het kader van het festival Dordt in Stoom stoomlocs gereden.
Baanhoekweg Ten westen van Dupont verscheen na 1965 een aftakking naar het bedrijf Kloek dat tot in de jaren ‘80 zout vervoerd schijnt te hebben.
Grevelingenweg Drie aansluitingen waren er in 1965 aan de Grevelingenweg. Meteen vooraan een kopspoortje naar Moret., halverwege een aansluiting met een omloopspoor naar Dupont. En aan het eind een T-splitsing die terug stak naar Bisschop.
Kerkeplaat De stamlijn boog vervolgens de Kerkeplaat op en liep rechtdoor naar een kade. Een zijspoor volgde de Kerkeplaat, waar in 1965 twee bedrijven een aansluiting hadden: Mortan Staal aan de linkerzijde en Jan de Wit (Philips) aan de andere kant. In 2012 is het spoor in de Kerkeplaat opgebroken.
Slot Het vervoer in Dordrecht is in de loop der jaren afgenomen, evenals het aantal aansluitingen. De laatste jaren is het redelijk stabiel.
Met dank aan Frank Schouten voor aanvullingen en correcties.
|